Altijd en overal

Connectiviteit is het waar het in deze tijd om gaat. Verbonden zijn met ‘de wereld’. Maar welke wereld? Wat willen we met die wereld delen en waarom? 
We denken er amper over na. Wie momenteel geen Facebook-account heeft, of als jongere geen Snapchat, is een analoge sukkel.
Toch wordt het hoog tijd stil te staan bij de ingeslagen weg. Willen en moeten we alles ‘delen’? Willen we alles wat we in onze handen kunnen houden verbinden met internet (Internet of Things), van ‘slimme’ telefoons en ‘slimme’ energiemeters, Barbiepoppen tot aan internet hangende auto’s.

Waarheen voert ons de digitale snelweg?

Wat is connectiviteit?
De term connectiviteit klinkt als een vanzelfsprekendheid, zoals de atmosfeer, het milieu, het klimaat. Het is er. Wat je er ook aan wilt doen. In het Nederlands klinkt het ook als positiviteit, al zal het voor de meesten gewoon neutraal klinken: niet goed, niet slecht.
Bedrijven als Google en Facebook zeggen als missie te hebben de wereld te willen verbinden, iedereen van hartje Amsterdam tot de oerwouden van India, van zij die de nieuwste smartphone hebben tot zij die een door de overheid betaalde poor men’s phone in het gewaad dragen.
Connectiviteit als brenger van informatie, welvaart en ‘being on the grid’, being part of the party flock. Als het om connectiviteit gaat ontkom je niet aan de term ‘smart’ of ‘slim’. We zijn deze termen gaan accepteren als ‘an offer you can’t refuse’. Immers als je iets weigert dat slim is, hoe dom ben je dan wel niet?

Smart, van en voor wie?
Een apparaat dat aan internet is gekoppeld heet een ‘slim apparaat’. Heb jij al een ‘slimme’ tandenborstel? Stuurt de staat van je gebit direct door naar je tandarts en de fabrikant.
Maar van wie en voor wie is het slim een dergelijke apparaat te hebben?
Weinigen vragen zich dat af. Een ‘slimme energiemeter’? Wat is daar slim aan? Het leest je energieverbuik uit, stuurt het door naar de energie-aanbieder. De aanbieders verkopen deze meters met de volgende argumenten:

  • Om het netwerk in balans te houden
  • Beter inzicht in uw energieverbruik en het besparen van energie
  • Automatisch doorgeven van meterstanden
  • Nauwkeurige energienota
  • Energie terugleveren zonder extra meter

dommemeter

Het is hier niet de plek om deze argumenten in detail af te pellen. Maar helder is dat het belang van plaatsing van de meter vooral bij de aanbieder ligt. Dat er een nauwkeurige energienota wordt verzonden, mogen wij hopen, zal toch al decennia gebeuren. Of wordt er nu gerommeld met de nota’s?
Bij de energie-aanbieders is wat anders aan de hand. Zij verliezen in hoog tempo markt. Steeds meer individuele gebruikers gaan eigen bronnen van energie plaatsten. Soms in grotere communities die samen een eigen netwerk vormen. Dat daarvoor ook ‘smart grids’ nodig zijn, mag duidelijk zijn. Maar die grids willen de huidige aanbieders zijn. En daarvoor is informatie nodig, informatie over ieders energieverbruik, niet per jaar, per maand of per week, maar elk uur. Na een paar maanden is helder wanneer iemand thuis is, en wanneer hij/zij weg is. Waardevolle informatie voor criminelen die er in toenemende mate in slagen ook zogenaamd goed beveiligde netwerken binnen te dringen.

Alles aan het internet
Toen de ‘cloud’ haar entree maakte, waren er nogal wat mensen die daar de nodige kanttekeningen bij plaatsen. De cloud nam de plaats in van opslag van data op de eigen PC. De data verdwijnen nu via het steeds snellere internet op de een andere grote data-opslag. Waar, is de vraag. Op weg naar die data-opslag passeert de vaak persoonlijke informatie veel poortjes en verbindingen. Velen vonden dat geen geruststellende gedachte, je persoonlijke data op een computer van iemand anders. Je had geen idee van wie.
Maar inmiddels dragen we een data-vanger met ons mee dat 24 uur per dag aan staat. Het bevat apps en andere toepassingen die op gezette momenten of real time -as it happens- verbinding maakt met een data-opslag, ergens op de wereld. Een ‘slimme’ telefoon heet dat. En hoe meer apps of toepassingen op deze mini-computer, hoe meer data de wolk invliegen.
Maar we zijn er aan gewend geraakt. Immers we hebben er ook veel plezier van. Vooral de social media brengen veel mensen veel plezier bij het delen van informatie en passie. Gebruik is een keuze, dus het delen en aftappen van je data evenzeer.

Ongewild aan het internet
Inmiddels zijn social media digitale machtscentra geworden. Google en Facebook zijn bezitters van zoveel informatie dat dat zonder precedent is in de geschiedenis. Veel dictators zouden zich in hun graf omdraaien in de wetenschap wat ze allemaal hadden kunnen doen met zoveel data.
Het is wellicht opgevallen dat vrijwel alle online toepassingen, de VS als thuisbasis hebben. Facebook, Google, Twitter, maar ook Apple, UBER, AirBNB, Microsoft zijn de grootste data-vangers van de wereld. Alle discussie over bescherming van data in Europa is zinloos omdat al onze data onder Amerikaanse wetgeving vallen. Je kunt gerust zeggen dat de VS daarmee een ‘digital empire’ is geworden. In nog geen twee decennia hebben zij controle over alle communicatie gekregen, wereldwijd. De mate waarin landen nog autonoom zijn, is ongemerkt geërodeerd. En velen vinden het wel best.

Niets te verbergen
‘Ik heb niets te verbergen’, is de meeste gehoorde reactie op geuite zorgen over privacy. Maar dat is natuurlijk onzin. Mag ik dan je PIN-code? Of je vingerafdruk? Bij het eerste zal iedereen direct NEE zeggen. Bij de tweede vraag zullen velen de wedervraag stellen ‘waarom’. Inmiddels vraagt de iPhone tientallen keren per dag je vingerafdruk om in je telefoon te komen. Het is niet meer uit te sluiten dat die vinderafdruk inmiddels ook bij Apple in zijn data-centrum staat. Onder Amerikaans toezicht.
En zo heeft iedereen nog veel meer te verbergen. Een ontslag, een ziekte, een karaktereigenschap, een omstreden standpunt, een mogelijk verborgen sexuele voorkeur, een politieke kleur, een echtscheiding, een faillissement enz.
Maar bij elke ‘like’ wordt het psychologisch rapport van de Facebookgebruiker verder verfijnd, worden zijn politieke of andere voorkeuren steeds scherper. Zo scherp, dat het de grens overschrijdt van de zelfkennis. Facebook weet van de actieve gebruiker al meer dan de gebruiker zelf.

Dan maar offline?
Er zijn inderdaad groepen die er naar streven weg te blijven van internet. Die genoegen nemen met de onpraktische kanten van dat bestaan. Immers hoe betaal je dan nog? Niet met PIN. Contant? Maar hoe kom je aan die bankbiljetten? Toch ergens uit een geldautomaat. Ook zo’n data-verzamelaar. En bovendien streven de Nederlandse banken en overheid naar een geldloze economie. Dat betekent geen zwart geld meer en zicht op alle, zonder uitzondering, aankopen van alle burgers en bedrijven. Hoe doe je je belastingaangifte? Hoe bereik je iemand die op grote afstand woont?

Bellen? Ook via internet.
Zij die off-grid willen leven, hebben vaak een ‘domme’ telefoon. Niet verbonden met internet. Maar wie een smartphone heeft valt wellicht steeds vaker de zuivere gesprekskwaliteit op bij een ‘gewoon’ telefoongesprek. Dat telefoongesprek loopt over internet. De normale draadloze telefoonverbinding heeft haar langste tijd gehad. Dus internetloos bellen zal binnenkort verleden tijd zijn. Bellen via koperdraad? Het 5G-net is aanstaande. Daarmee worden snelheden bereikt, die die van het koperdraadje, en de kabel overtreffen. Ooit gaat alles via mobiel internet, het bellen als eerste.
Echt offline gaan is voor weinigen weggelegd. Maar dat we in een digitale fuik zijn gelopen is wel helder. De snelle lokalisering van tegenstanders van de Turkse president, die bij duizenden tegelijk werden opgepakt, kan niet anders dan zijn ondersteund met data-analyse.
Ook in de VS zullen velen nadenken over wat ze nog wel en niet online kunnen zeggen. Met deze president weet je niet in hoeverre hij oppositie zal blijven toestaan.
Dat we daarnaast nauwelijks meer door het verkeer kunnen, of ons in enige stad kunnen bewegen zonder door een camerabeeld te lopen, vrijwel al onze aankopen bekend zijn, doet ons realiseren dat we in de digitale fuik zijn gelopen.
Bewust is in dit artikel de ‘Internet of Things’ weggelaten. Daar zijn al de eerste stappen gemaakt om ook al onze huiselijke apparaten (en bijvoorbeeld auto’s) te verbinden met internet. De nieuwste Barbiepoppen zijn al online. Zij praten niet alleen tegen je, maar kunnen ook (af-)luisteren. Die ouwe James Bond. Dat had hij willen hebben, zo’n afluisterende Barbie.

Het aantal spreekruimten bij advocatenkantoren (en bij de afluisterende geheime diensten zelf) die volledig offline zijn, afgeschermd door voor signalen ondoordringbare stalen wanden, neemt snel toe. We zullen hoe dan ook uit deze fuik weg willen, weg moeten.

Dit artikel is geinspireerd door deze uitzending van VPRO’s TEGENLICHT.

Reacties zijn gesloten.

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: