Sprakeloos. Hoe de EU internet censureert

Het is al velen overkomen: je video op Youtube wordt gewist, je post op Facebook is verdwenen of je bericht op LinkedIn. Niet eerder buiten oorlogs- of bezettingstijd wordt er zoveel gecensureerd als sinds de uitbraak van het Corona-virus.

Het overkwam al vele honderden artsen, wetenschappers of journalisten die een andere kijk hadden op wat zich nu ontvouwt als de Corona-crisis. Hun zienswijzen, hun onderzoeken, hun bevindingen, hun kritiek op het overheidsbeleid mochten niet door het grote publiek worden gezien, laat staan verder worden gedeeld. In een situatie waarin de main stream media ook geen afwijkende meningen aan het woord laten, lijken ook de micro (sociale) media geblokkeerd te worden.

Vaak wordt gewezen naar de social mediaplatforms als schuldige van de censuur. Dat is maar een deel van het verhaal. De platforms leven van de interactie, dus zijn zelf ‘van nature’ niet geneigd om snel de delete-knop in te drukken. In een aantal gevallen wordt een bericht ‘gemeld’ door een lezer die zich eraan stoort. Als meerderen dat doen dan wordt het bericht verwijderd. Het is niet bekend hoeveel meldingen voor de verwijdering nodig is.

De laatste maanden zijn vooral overheden de aanstichters tot verwijderingsacties. Er zijn landen die zware boetes aan de platforms opleggen als zij ‘complottheorieën of nepnieuws’ doorlaten. Wat daaronder precies moet worden verstaan, blijft duister. De ervaring leert dat de rode draad is dat berichten met fundamentele kritiek op overheidsbeleid het snel moeten ontgelden. Met de komst van het virus is hierin een grote versnelling gekomen.

“De COVID-19-pandemie (coronaviruspandemie) heeft geleid tot een ongekende “infodemie”. Een ware vloedgolf van vaak onjuiste of onnauwkeurige informatie over het virus verspreidde zich snel via sociale media. Dit kan – volgens de Wereldgezondheidsorganisatie WHO – verwarring en wantrouwen doen ontstaan en doeltreffende volksgezondheidsmaatregelen ondermijnen. Deze infodemie speelt in op de meest basale angsten van de mensen.”

Desinformatie en onjuiste informatie over een mogelijk vaccin tegen COVID-19 blijven voortwoekeren en zullen de uitrol van vaccins waarschijnlijk nog moeilijker maken.

Zo begint de notitie van de Europese Commissie ter beteugeling van ‘onjuiste en onnauwkeurige informatie’ op websites en social media platforms. Opmerkelijk is dat de commissie spreekt dat deze berichten inspelen op ‘basale angsten van mensen’. Velen zullen toch het verspreiden van angst toeschrijven aan de main stream media.

De commissie komt met een wettelijk ‘alomvattende aanpak’. In DDR-tijd heette dat ‘flachendeckend’, oftewel niets over het hoofd ziend en behoorde tot de taak van een speciale afdeling van de Dienst Staatsveiligheid.

De beleidsnotitie van de EU (pdf)

Kern van de notitie die amper een maand oud is:

De crisis heeft de deur opengezet voor nieuwe risico’s – waardoor burgers kunnen worden uitgebuit of het slachtoffer kunnen worden van criminele praktijken – en voor desinformatiecampagnes door buitenlandse en binnenlandse actoren die onze democratieën en de geloofwaardigheid van de EU en van de nationale of regionale autoriteiten willen ondermijnen. Bestrijding van de stroom van desinformatie, onjuiste informatie en externe beïnvloeding, onder meer door proactief en positief te communiceren, vraagt om actie via de bestaande instrumenten van de EU, in samenwerking met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, het maatschappelijk middenveld en sociale mediaplatformen en door middel van internationale samenwerking, en om versterking van de weerbaarheid van de burgers. Daarbij moeten de vrijheid van meningsuiting en andere grondrechten en democratische waarden volledig in acht worden genomen.

Een tekst vol intenties tot ingrijpen waarbij het ‘weerbaar maken van de burger’ en in acht nemen van de ‘vrijheid van meningsuiting’ wat gratuit aandoet. Want hoe kun je zo vaak ingrijpen, de nota spreekt van miljoenen keren, en toch hard maken dat je de vrijheid van meningsuiting garandeert?

De volgende voorbeelden ziet de commissie als illustratief voor (bronnen van) misinformatie:

  • Gevaarlijke tips en misleidende gezondheidsinformatie, met allerlei valse beweringen (zoals “handen wassen helpt niet”* of “het coronavirus is alleen gevaarlijk voor ouderen”). Dergelijke inhoud is niet noodzakelijkerwijs illegaal, maar kan direct levens in gevaar brengen; (* het was onlangs uitgerekend topviroloog en adviseur van de Duitse regering Christian Drosten die het wassen van handen niet meer zo belangrijk achtte);
  • De beweringen dat bepaalde etnische of religieuze groeperingen als eerste het coronavirus zouden hebben verspreid hebben een zorgwekkende toename van antisemitische inhoud in verband met COVID-19 tot gevolg gehad. De bestrijding van deze complottheorieën vereist een versterkt engagement van de hele samenleving met inbegrip van de bevoegde autoriteiten, de media, journalisten, factcheckers, maatschappelijke organisaties en onlineplatformen – onder meer door maatregelen om dergelijke beweringen snel te ontkrachten, lager in de lijst met zoekresultaten te plaatsen en eventueel te verwijderen of door op te treden tegen accounts.
  • Buitenlandse actoren en bepaalde derde landen, met name Rusland en China, hebben rond COVID-19 gerichte beïnvloedings- en desinformatiecampagnes gevoerd in de EU, in haar buurlanden en wereldwijd, met als doel het democratische debat te ondermijnen en polarisatie in de samenleving te versterken, en hun eigen imago in de context van COVID-19 te verbeteren. Het kon niet uitblijven dat ‘de Russen en de Chinezen’ al direct op de zwarte lijst komen te staan. Klaarblijkelijk hoeven we geen valse of misleidende informatie uit de Verenigde Staten te verwachten.
  • Het is van belang vast te stellen of er sprake is van de bedoeling om het publiek te bedriegen of schade in het publieke domein te veroorzaken of om economisch voordeel te behalen. Wanneer een dergelijke bedoeling niet bestaat, bijvoorbeeld wanneer burgers te goeder trouw, zonder het te beseffen, valse informatie delen met vrienden en familie, kan de inhoud in kwestie als onjuiste informatie worden aangemerkt. Het gaat hier om de ‘onwetende burger’. Een bijzonder uitgangspunt in een zich volwassen beschouwende democratie die het toch met die ‘onwetende burgers’ moet doen. Je zit dan al snel tegen een ‘opvoedende’ overheid aan. Zo kan een burger ‘ter bescherming van zichzelf’ de mond worden gesnoerd.

Verderop in het document komt de aap uit de mouw: “Desinformatie en onjuiste informatie over een mogelijk vaccin tegen COVID-19 blijven voortwoekeren en zullen de uitrol van vaccins waarschijnlijk nog moeilijker maken.”

Foto boven: hoe oud zanger van de band Doe Maar het zwijgen werd opgelegd.

Om deze ‘alomvattende aanpak’ te kunnen realiseren wil de commissie samenwerken met de WHO, landen van de G7 (de G8 was met Rusland), de NAVO, VN, journalisten en media.

De notitie gaat verder: “Al sinds het begin van de crisis benadrukt de Commissie dat de onlineplatformen hun verbintenissen in het kader van de praktijkcode volledig moeten uitvoeren. Sommige onlineplatformen hebben gemeld dat zij hun beleid hebben aangepast om het hoofd te kunnen bieden aan de dreiging van desinformatie over COVID-19. Zij hebben accurate en gezaghebbende informatie van de WHO, nationale gezondheidsautoriteiten en professionele media over COVID-19 gepromoot. Zij hebben inhoud die volgens factchecks onjuist of misleidend is, een minder prominente plaats gegeven. In overeenstemming met hun communitynormen hebben zij inhoud verwijderd die de gezondheid van de burgers zou kunnen schaden of de openbare veiligheid zou kunnen aantasten.” De social media platforms moeten vanaf nu hun advertenties gekoppeld aan ‘misleidende Covid-19 gerelateerde informatie’ aan de commissie rapporteren.

De Commissie zal er bij andere relevante belanghebbenden die de code vooralsnog niet hebben ondertekend, op aandringen om op vrijwillige basis deel te nemen aan het hierboven bedoelde toezichtsprogramma. Hoe ‘vrijwillig’ dat zal zijn, is nog te bezien. Mogelijk dat alternatieve nieuwsmedia die weigeren mee te werken moeten sluiten.

De notitie vraagt aandacht voor de kleinere mediakanalen. Daaronder veel ‘alternatieve’ media die juist veel hinder ondervinden van de censuur op hun video’s en berichten.

Via manipulatie, misleidende marketingtechnieken, fraude en oplichting worden gevoelens van angst misbruikt om onnodige, ineffectieve en potentieel gevaarlijke producten onder het mom van hun positieve effect op de gezondheid te verkopen of om consumenten te verlokken tot het betalen van exorbitante prijzen.” Terwijl de commissie zegt dit te willen bestrijden, is dat precies waar de alternatieve media, maar ook een lange lijst van medici en wetenschappers de overheden van beschuldigen: toe te werken naar een vaccinatie die potentieel niet zonder gevaar van bijwerkingen zal zijn. En dat de EU €8 miljard beschikbaar heeft gesteld voor het ontwikkelen van een vaccin, mag toch ook worden gezien als een ontwikkeling van een product met een exorbitante prijs.

Afsluitend moeten we constateren dat overheden steeds opener ingrijpen in de online berichtgeving van burgerkanalen en alternatieve media. Hiermee betreedt zij een hellend vlak die overeenkomsten gaat vertonen met landen die de EU zo vaak bekritiseert. De notitie mist een essentieel punt: wie in de ondoorzichtige Brusselse bureaucratie beslist over wat wel en wat niet moet worden gewist. We kennen de ontsporingen bij de Nederlandse belastingdienst die door gebrek aan heldere kaders en ongemoeid gelaten door moreel toezicht, totaal ontspoorde in haar jacht op vermeende fraudeurs, over het algemeen burgers met een allochtone achtergrond.

In combinatie met steeds meer landen die burgerrechten via langdurige wetgeving aan banden leggen, zijn dit angstige ontwikkelingen. In het jaar dat wij 75 vrijheid zouden vieren.

Reacties zijn gesloten.

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: